Afnemer betaalt niet voor de goederen in internationale handel. Kan de bestuurder persoonlijk aansprakelijk worden gesteld?

Het is een klassiek handelsrisico dat menig leverancier kent: de goederen zijn geleverd, de factuur is verzonden, maar de betaling blijft uit. Wat begint als een vertraging onder het mom van “tijdelijke liquiditeitsproblemen”, ontaardt gaandeweg in een structurele weigering om te betalen. In een recente zaak, die hier op hoofdlijnen wordt besproken, werd de verkopende partij uit het buitenland opgezadeld met een substantiële onbetaalde vordering, terwijl de Nederlandse koper de goederen inmiddels had doorverkocht en geïncasseerd. Een leerstuk in wanbetaling, maar ook in de reikwijdte van bestuurdersaansprakelijkheid.

De kwestie betrof de levering van een partij diepgevroren vis, geleverd onder een formeel opgestelde koopovereenkomst met daaraan gehechte algemene voorwaarden. De betalingsstructuur werd gefaciliteerd door een wisselbrief – een betaling tegen document (“Documents against Acceptance”) – waarbij de koper toegang kreeg tot de voor het lossen noodzakelijke documenten, onder voorwaarde van acceptatie van de wissel. Juridisch niets op af te dingen. Althans, op papier.

De koper, een Nederlandse vennootschap, accepteerde de wissel, haalde de documenten op, ontving de goederen, liet deze opslaan – en betaalde vervolgens niet. In plaats daarvan volgde een maandenlange stroom van uitvluchten, toezeggingen, en selectieve communicatie waarin telkens werd gesuggereerd dat betaling “bijna” kon plaatsvinden. Dat gebeurde niet.

Pas na herhaalde aanmaningen, en druk vanuit de leverancier, werd een deel van de goederen retour gegeven, en een tweetal deelbetalingen verricht. Op het resterende bedrag van ruim vier ton werd niet meer ingegaan. De schuldenaar ontkende de vordering niet, maar verwees naar externe omstandigheden – een klant die zou nalaten te betalen, ziekte, nationale feestdagen, en op een gegeven moment zelfs “het leven dat tegenzit”.

Contractuele uitgangspunten en verzuim

Opvallend in deze zaak is dat de contractuele structuur in beginsel solide was. De overeenkomst zelf bevatte duidelijke bepalingen over de betalingstermijn, de modaliteit (D/A), en de toepasselijkheid van Nederlands recht. Uit de correspondentie bleek dat de koper op 15 december toegang had gekregen tot de documenten – het moment waarop de wisselbrief werd geaccepteerd. Daarmee was de verbintenis juridisch opeisbaar.

Hoewel de betaaltermijn op papier gekoppeld was aan de Bill of Lading-datum, is het verzuim materieel pas ingetreden op het moment dat ook de documenten daadwerkelijk waren overhandigd en de koper dus aan zijn verplichtingen kon voldoen. De aanvankelijk overeengekomen termijn werd in overleg verlengd, maar bleef zonder resultaat. Daarmee trad van rechtswege het verzuim in conform artikel 6:83 BW.

Aansprakelijkheid van de vennootschap – én van de bestuurder

Wat deze zaak bijzonder maakt, is dat de verkoper zich niet alleen tot de vennootschap heeft gewend, maar ook de bestuurder in privé aansprakelijk heeft gesteld – en met succes conservatoir beslag wist te leggen op diens privébezit. Dat is juridisch gezien een ingrijpende stap, die echter goed te onderbouwen viel op basis van artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad) en artikel 2:11 BW (doorlegging van aansprakelijkheid bij bestuurders).

De kern van de zaak was eenvoudig: terwijl de koper stelde geen betaling te hebben ontvangen van zijn opvolgende afnemer, bleek uit verificatie bij deze opvolgende afnemer dat betaling allang had plaatsgevonden. De kopende en doorverkopende vennootschap had dus ontvangen – maar niets afgedragen aan haar leverancier. Bovendien bleek de bestuurder zelfstandig bevoegd, handelde hij namens de vennootschap, beheerde hij deze via een holding en trad hij bij alle communicatie persoonlijk op. De natuurlijke en rechtspersoon waren feitelijk verweven.

Volgens vaste jurisprudentie – waaronder het Beklamel-arrest – is een bestuurder persoonlijk aansprakelijk indien hij verplichtingen aangaat namens de vennootschap terwijl hij weet, of redelijkerwijs behoort te weten, dat de vennootschap die verplichtingen niet zal kunnen nakomen én geen verhaal zal bieden. De handelwijze in deze zaak voldeed exact aan dat criterium: de wissel werd geaccepteerd, de goederen werden ontvangen en doorverkocht, maar betaling bleef doelbewust uit. Bovendien werd het verhaal doelbewust gefrustreerd door gelden vermoedelijk weg te sluizen, hetgeen bleek uit het nagenoeg lege bankbeslag.

Misbruik van rechtspersoonlijkheid

Het verhaal biedt een wrang maar belangrijk inzicht in de grenzen van rechtspersoonlijkheid. In theorie beschermt de rechtspersoon zijn bestuurder tegen persoonlijke aansprakelijkheid. Maar wanneer de vennootschap wordt gebruikt als dekmantel voor onbetaalde transacties, waarbij bewust de wederpartij wordt benadeeld, is die bescherming niet meer absoluut. Rechters zijn in toenemende mate bereid om de sluier van de rechtspersoon te doorbreken als er evident sprake is van bedrog, misleiding of grove onzorgvuldigheid.

Dat geldt temeer wanneer er – zoals hier – sprake is van structurele betalingsonwil, misleiding over de financiële situatie, het accepteren van goederen met een vooraf bekende onmogelijkheid om te betalen, en het bewust onttrekken van verhaalsobjecten.

Conclusie: lessen voor de praktijk

Voor leveranciers – vooral bij internationale handel – is deze casus exemplarisch. Contractuele zekerheid is noodzakelijk, maar niet altijd voldoende. De keuze voor een betaalstructuur zoals D/A kan risicovol zijn wanneer de wederpartij niet bewezen kredietwaardig is of zich in een kwetsbare liquiditeitspositie bevindt.

Daarbij is het van belang om bij structurele wanbetaling niet te blijven aandringen op betaling in der minne, maar op tijd op te schalen: een ingebrekestelling, conservatoir beslag, en – waar nodig – het aanspreken van de bestuurder in persoon. De civiele rechter biedt hier, zeker bij evidente betalingsonwil, ruimte voor redres.

Heeft u als leverancier te maken met een afnemer die zijn verplichtingen niet nakomt, ondanks contractuele afspraken en levering van goederen? Dan is het niet slechts een incassokwestie – het kan ook gaan om bestuurdersaansprakelijkheid, fraude en mogelijk zelfs strafrechtelijke implicaties. Juist dan is strategisch juridisch optreden geboden.

Aarzel dan niet om juridisch advies in te winnen bij Amice Advocaten B.V.. Voorkomen is beter dan genezen, maar als het toch misgaat, is een goede voorbereiding het halve werk.

Telefoon: +31 (0) 30 2300 230

E-mail: info@amice-advocaten.nl

Amice Advocaten is opgericht in 2008 en is gevestigd in Utrecht, Nederland. Amice Advocaten is gespecialiseerd in het leveren van professionele juridische en adviserende diensten aan ondernemingen en particulieren in Nederland op het gebied van bouw- en vastgoedrecht, huurrecht, ondernemingsrecht en andere civiele rechtsgebieden.